Gezondheid

PFAS-saneringsplicht voor vervuilers in Vlaanderen: wat regelt VLAREBO

Als er PFAS in de bodem zit, wie is dan verantwoordelijk voor de sanering? VLAREBO geeft een duidelijk antwoord: de vervuiler betaalt. Maar de praktijk is complexer dan de wet suggereert.

Op een industrieterrein aan de rand van Zwijndrecht heeft het chemieconcern 3M decennialang PFOS en andere PFAS-stoffen geloosd. Omwonenden in een straal van kilometers aten groenten uit eigen tuin terwijl hun bodem en grondwater al jaren vervuild waren. Wie moest dat opruimen, en wie moest daarvoor betalen? Het antwoord ligt in het VLAREBO-besluit, de Vlaamse regelgeving die de spelregels voor bodemsanering vastlegt. Maar zoals het dossier-3M aantoont, loopt de weg van wet naar praktijk zelden rechtlijnig.

Wat is VLAREBO en wat heeft het met PFAS te maken?

VLAREBO staat voor het Vlaams Reglement betreffende de Bodemsanering en de Bodembescherming. Het is een uitvoeringsbesluit bij het Bodemdecreet van 2006 en vormt de technische en procedurele ruggengraat van het Vlaamse bodembeleid. Denk aan het besluit als een gedetailleerd draaiboek: wanneer moet er een orienterend bodemonderzoek komen, wie betaalt beschrijvend onderzoek, hoe ziet een bodemsaneringsproject eruit, en welke drempelwaarden gelden er voor verontreinigende stoffen?

PFAS zijn lange tijd niet expliciet in VLAREBO opgenomen. De stoffen bestonden al decennia, maar een specifiek toetsingskader ontbrak. Dat veranderde stapsgewijs na het Zwijndrecht-schandaal van 2021, toen duidelijk werd dat tienduizenden Vlamingen in een PFAS-hotspot woonden. OVAM publiceerde in april 2022 een eerste richtlijn voor PFAS-onderzoek en -sanering. Een bijgewerkte versie volgde in november 2024. Tegelijk werd VLAREBO aangepast om een cofinancieringsregeling op te nemen voor situaties waarbij brandweer-oefeningen de bron van vervuiling zijn.

Het principe: de vervuiler betaalt

De kern van het Vlaamse bodembeleid is het zogenoemde beginsel van de vervuiler die betaalt. In de praktijk betekent dit dat de exploitant of eigenaar van het perceel waar de verontreiniging is ontstaan, verantwoordelijk is voor het financieren van het onderzoek en de sanering. Als de besmetting van een bronperceel doorgestroomd is naar aangrenzende eigendommen, dan vallen de kosten voor die buurtpercelen ook ten laste van de oorspronkelijke vervuiler.

Dit klinkt eenvoudig, maar bij PFAS duiken onmiddellijk complicaties op. PFAS verplaatsen zich gemakkelijk via grondwater over grote afstanden. De vervuiling die op een industrieel perceel begon, treft soms tientallen kilometers verderop landbouwgrond of drinkwaterbronnen. Bovendien heeft een deel van de historische PFAS-vervuiling plaatsgevonden voordat er wettelijke normen bestonden, wat vragen oproept over de strafrechtelijke aansprakelijkheid en de civielrechtelijke schadevergoeding.

Het geval Zwijndrecht als praktijkvoorbeeld

Het dossier van 3M in Zwijndrecht is het meest uitvoerig gedocumenteerde PFAS-saneringsscenario in Vlaanderen. Jarenlang loste de vestiging van 3M Belgium aan de Scheldelaan PFOS en PFOA in lucht en water, en die stoffen zetten zich neer in de bodems van Zwijndrecht, Beveren en omliggende gemeenten.

In februari 2024 keurde OVAM het overkoepelend bodemonderzoek van 3M goed. Dat rapport, ingediend op 23 december 2023, bracht in kaart hoe ver de vervuiling reikt en in welke mate 3M een saneringsplicht heeft. OVAM legde vervolgens concrete deadlines op: 3M moest voor 1 april 2024 een gefaseerd bodemsaneringsproject indienen voor vervuilde woonzones in Zwijndrecht en Beveren. Voor grondwater in woonzones en voor de waterbodem van de Palingbeek en het Blokkersdijk-reservaat volgde een deadline van 1 december 2024.

Tegelijk vernietigde de Raad van State het sitebesluit dat de Vlaamse Regering in 2023 had vastgesteld. Dat besluit had de aanpak van de 3M-site officieel moeten verankeren, maar werd procedureel aangevochten en vernietigd. Het illustreert hoe juridische instrumenten als VLAREBO en het Bodemdecreet pas echt tanden krijgen als de handhaving sluitend is.

In februari 2026 startte in Antwerpen de rechtszaak van het burgercollectief Darkwater 3M. Ongeveer 1.400 bewoners eisen samen 28 miljoen euro schadevergoeding van de chemiereus, omdat ze decennialang blootgesteld zijn aan PFAS-stoffen zonder dat ze dat wisten. Die zaak valt buiten het strikte kader van VLAREBO, maar raakt wel aan hetzelfde principe: wie vervuilt, draagt de gevolgen.

Wat regelt VLAREBO stap voor stap?

Voor wie de regelgeving wil doorgronden, helpt het om de volgorde te kennen die VLAREBO voorschrijft bij een vastgestelde of vermoedelijke bodemverontreiniging.

  • Orienterend bodemonderzoek (OBO): een eerste verkenning om na te gaan of er een probleem is. Dit is verplicht bij overdracht van grond op een risicolijst, bij bepaalde vergunningsaanvragen en bij melding van historische activiteiten.
  • Beschrijvend bodemonderzoek (BBO): als het OBO aanwijzingen geeft van vervuiling, volgt een gedetailleerde analyse van omvang, concentraties en risicos. Bij PFAS geldt de herziene richtlijn van november 2024 als leidraad.
  • Bodemsaneringsproject (BSP): wanneer sanering noodzakelijk is, dient de verantwoordelijke partij een saneringsplan in bij OVAM. Voor complexe gevallen zoals 3M kan dit een gefaseerd BSP zijn, waarbij de meest urgente zones eerst worden aangepakt.
  • Uitvoering en opvolging: de sanering zelf, met periodieke rapportage aan OVAM en aanpassingen als de resultaten afwijken van de verwachtingen.

Elke stap kent wettelijke termijnen. Als de verantwoordelijke partij die termijnen niet haalt, kan OVAM ambtshalve ingrijpen en de kosten later verhalen op de vervuiler.

De cofinancieringsregeling: een uitzondering op de regel

Niet elke PFAS-vervuiler is een multinational met diepe zakken. Brandweerkorpsen hebben tijdens oefeningen jarenlang blusschuim met PFAS gebruikt, waardoor terreinen van gemeenten, luchthavens en bedrijven besmet raakten. Hier is de vervuiler-betaalt-logica moeilijk toe te passen: de brandweer deed haar werk op basis van de beste kennis van dat moment.

Daarom keurde de Vlaamse Regering op 6 december 2024 een wijziging van VLAREBO goed, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 13 januari 2025. Die wijziging voert een cofinancieringsregeling in voor beschrijvende bodemonderzoeken bij PFAS-vervuiling als gevolg van brandbestrijding en brandblusoefeningen. Particulieren kunnen tot 95 procent van de kosten terugkrijgen, met een eigen bijdrage van maximaal 500 euro. Gemeentebesturen krijgen 50 procent cofinanciering. Die regeling is van toepassing vanaf 1 februari 2025.

Het toont aan dat VLAREBO geen rigide wetboek is, maar een levend document dat mee evolueert met nieuwe inzichten over PFAS-bronnen en de vraag wie redelijkerwijze verantwoordelijk kan worden gesteld.

Wat als de vervuiler onbekend is of niet meer bestaat?

Een terugkerend probleem in het PFAS-dossier is de historische vervuiling. Bedrijven die in de jaren zestig of zeventig PFAS gebruikten, bestaan soms niet meer. Fabrieken zijn overgenomen, gefuseerd of failliet gegaan. In zulke gevallen kan de saneringsplicht bij de huidige eigenaar van de grond belanden, ook al heeft die zelf niets met de vervuiling te maken.

VLAREBO voorziet een volgorde van aansprakelijkheid. Eerst wordt gekeken naar de exploitant die de activiteit heeft uitgevoerd. Daarna naar de eigenaar ten tijde van de vervuiling. En als ook die niet te achterhalen is, kan de huidige eigenaar aangesproken worden, zij het met de mogelijkheid om vrijstelling van saneringsplicht te vragen als hij kan aantonen dat hij te goeder trouw heeft gehandeld en de grond heeft overgenomen zonder kennis van de vervuiling.

Voor PFAS-houdende terreinen die recent zijn overgedragen, is dit een belangrijk aandachtspunt. Koop je een industrieel perceel zonder een degelijk bodemonderzoek, dan loop je het risico later met een saneringsrekening te zitten voor vervuiling die een vorige eigenaar heeft veroorzaakt.

Vlaams PFAS-fonds: de vervuiler betaalt op sectorniveau

Naast de individuele saneringsplicht werkt Vlaanderen aan een breder PFAS-fonds. De bedoeling is dat producenten van PFAS-houdende producten bijdragen aan een fonds dat de kosten van sanering en extra drinkwaterzuivering dekt. Dat fonds zou tegen 2029 operationeel moeten zijn. Het principe blijft hetzelfde: niet de belastingbetaler, maar de industrie die winst maakte uit PFAS-toepassingen draagt de lasten van de schade.

Of dat fonds er ook effectief komt, hangt af van politieke besluitvorming en van de bereidheid van de chemiesector om mee te betalen. De rechtszaken die ondertussen lopen, zoals die van Darkwater 3M, oefenen druk uit en geven rechters de kans om de aansprakelijkheidslogica van VLAREBO buiten het administratieve kader te bevestigen of bij te sturen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen het Bodemdecreet en VLAREBO?

Het Bodemdecreet van 2006 is de wet zelf: het legt de grote principes vast, zoals de saneringsplicht en de aansprakelijkheidsregels. VLAREBO is het uitvoeringsbesluit dat de technische details invult: drempelwaarden, onderzoeksprocedures, termijnen en financieringsregelingen. Beide documenten vormen samen het kader voor bodemsanering in Vlaanderen.

Moet ik als particulier zelf betalen als mijn tuin PFAS bevat door een naburig bedrijf?

Nee, in principe niet. Als de vervuiling aantoonbaar afkomstig is van een bronperceel dat door een bedrijf of andere exploitant is besmet, dan valt de saneringsplicht voor jouw aangrenzend perceel toe aan die vervuiler. Je hebt wel baat bij een officieel bodemonderzoek dat die link bewijst. OVAM kan je daarin begeleiden.

Wat veranderde VLAREBO specifiek voor PFAS in 2024 en 2025?

In november 2024 verscheen een herziene PFAS-richtlijn die ingaat op onderzoeksmethodes en saneringsdrempels. Op 6 december 2024 keurde de Vlaamse Regering bovendien een wijziging van VLAREBO goed die een cofinancieringsregeling invoerde voor beschrijvende bodemonderzoeken bij PFAS-vervuiling door brandbestrijding. Die regeling trad in werking op 1 februari 2025.

Kan een bedrijf vrijstelling krijgen van de saneringsplicht?

Ja, maar enkel in specifieke gevallen. Een eigenaar of exploitant kan een vrijstelling of gedeeltelijke vrijstelling vragen als hij kan aantonen dat hij de vervuiling niet heeft veroorzaakt en te goeder trouw heeft gehandeld. Bij gedeeltelijke vrijstelling kan hij ook cofinanciering aanvragen voor zijn aandeel in de kosten. OVAM beslist geval per geval.

Wat is het sitebesluit dat de Raad van State vernietigde in het dossier-3M?

De Vlaamse Regering had in 2023 een sitebesluit vastgesteld voor de site PFAS 3M Zwijndrecht. Zo een besluit legt vast welke partijen verantwoordelijk zijn en hoe de sanering gecoordineerd wordt. De Raad van State vernietigde dat besluit wegens procedurele gebreken, waardoor de juridische basis voor de aanpak van de 3M-site tijdelijk wegviel. De saneringsverplichtingen op basis van het BBO-rapport en de OVAM-deadlines bleven wel van kracht.

PFAS-locatie ontdekt?

Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.

Melding maken Bekijk de kaart

Verwante artikelen

€9,95 · eenmalig

Wat is er over uw eigen adres bekend?

Deze kaart toont meldingen. Het rapport kijkt naar uw adres: geldt er een no-regretmaatregel van de Vlaamse overheid, staat er een dossier op uw perceel, en wat is er in de bodem rondom u werkelijk gemeten. Een PDF van tien bladzijden, direct uit de officiele bronnen.

  • No-regretzones: ligt uw adres erbinnen, en welke beperkingen gelden er dan?
  • OVAM Grondeninformatieregister: staat er een bodemdossier op of naast uw perceel?
  • Metingen: alle PFAS-bepalingen in bodem en grondwater binnen 2 km, met de hoogste aangetoonde waarden
  • Bronnen: bedrijven met een PFAS-lozingsvergunning binnen 5 km
  • Drie kaarten van uw omgeving, en een toets aan de bodemsaneringsnorm

Bestelformulier wordt geladen…

Veilig betalen via Mollie (Bancontact, iDEAL, creditcard) · geen abonnement · rapport per e-mail, ook opnieuw te downloaden